Werking van de nieren

 
 
 
 
 

Nieren zijn het belangrijkste filter in ons lichaam. Ze filteren het bloed, waardoor afvalstoffen en vocht het lichaam verlaten. De meeste mensen hebben twee boonvormige nieren, ongeveer zo groot als een citroen. Ze zitten aan de achterkant van het lichaam, ter hoogte van de onderste ribben aan beide zijden van ruggengraat.

De nieren zijn via de urineleider verbonden met de blaas. Hier wordt de urine verzameld. Als de blaas vol is, krijgen we aandrang om te plassen.

Anatomie en ligging nieren - GezondeNieren.nl

Functies van de nieren

De nieren hebben veel belangrijke functies die het lichaam in conditie en balans houden:

  • Ze reinigen het bloed door er afvalstoffen, zout, fosfaat, kalium, vocht, waterstof, ammonium en eventuele medicijnresten uit te filteren.
  • Nieren zijn verantwoordelijk voor de zuurgraad in het bloed, wat belangrijk is voor het functioneren van lichaamscellen.
  • Ze helpen de botopbouw en houden de balans tussen calcium(kalk) en fosfaat in stand door het activeren van Vitamine D.
  • Nieren produceren een aantal hormonen, waaronder EPO (Erytropoietine). EPO houdt het aantal rode bloedlichaampjes op peil, waardoor voldoende zuurstof naar de lichaamscellen getransporteerd kan worden. Bij onvoldoende EPO zijn er minder rode bloedlichaampjes, wat zich uit in een lagere Hb- waarde (Hemoglobinewaarde).
  • Samen met het zenuwstelsel, de bijnieren, het hart en de bloedvaten, regelen de nieren de bloeddruk. Ze bewaken de balans tussen zout(Kalium) en water. Veel zout trekt veel vocht aan wat leidt tot een hoge bloeddruk, weinig zout en vocht tot een lage bloeddruk. Bij hoge bloeddruk krijgen de nieren minder bloed. De bloedvaatjes vernauwen en beschadigen, waardoor ze geleidelijk – maar blijvend – stoppen met zuiveren.

Doorsnede van de nier - GezondeNieren.nl

Het bloed komt de nier binnen via de nierslagader, waarna het via het niermerg terecht komt in de nierschors met nefronen. Hier vindt het zuiveringsproces plaats.  Het gefilterde bloed stroomt via de nierader naar het hart. De urine gaat via de nierkelkjes en het nierbekken via de urineleider naar de blaas.