Chronische nierschade

 
 
 
 
 

Bij chronische nierschade is de nierfunctie onvoldoende en is er geen uitzicht op herstel. Dit kan komen door nierfalen met een acute oorzaak, maar kan ook ontstaan door andere oorzaken zoals: Hoge bloeddruk, diabetes en aangeboren afwijkingen waardoor langzamerhand schade aan de nieren optreedt. Als nierweefsel eenmaal langdurig beschadigd is, kan het zich niet meer herstellen. Daarom is het belangrijk dat beschadiging zoveel mogelijk voorkomen wordt. Dit doet men door het behandelen van de oorzaken en het behouden van de nierfunctie door medicijnen, leefregels en dieet.

Hoe meten we nierfunctie?

Met nierfunctie wordt de capaciteit van de nieren om het bloed te filteren bedoeld. Hiervoor worden de hoeveelheid afvalstoffen in het bloed gemeten. Als nieren onvoldoende werken, komt de stof Creatinine in het bloed. Dit is een afvalstof uit de spieren. Hoe meer Creatinine in het bloed zit, hoe slechter de nieren filtreren. Dit is mede afhankelijk van leeftijd en geslacht.

Met de MDRD formule wordt het Creatine gehalte in het bloed gemeten en uitgedrukt in een getal. Dit getal heet de GFR (de glomerulaire filtratie snelheid) ofwel hoe goed filteren de nieren.

Er zijn vijf stadia van nierschade. In elk stadium worden andere klachten ervaren. De behandeling is daarop aangepast.

De stadia van nierinsufficiëntie zijn als volgt ingedeeld:

Stadium 1: De GFR vertoont een normale nierfunctie, maar toch is er enige nierschade of ziekte. Bijvoorbeeld omdat er eiwitten of bloed in de urine zitten, er een afwijking aan de nieren of een nierontsteking is. Omdat dit beginnende afwijkingen zijn, zal de patiënt hier nog niets van merken. Vaak wordt dit ontdekt bij keuringstesten of bij onderzoek naar aanleiding van een andere ziekte zoals: Suikerziekte (diabetes), hart en vaatziekte of hoge bloeddruk (hypertensie).

Hoewel er geen klachten zijn is er toch rede om de nieren goed in de gaten te houden. Door goede behandeling van bijvoorbeeld suikerziekte of hoge bloeddruk kan verdere schade aan de nieren worden voorkomen.

Stadium 2: Er is een licht verminderde nierfunctie en er is al enige nierschade of ziekte. De GFR heeft een waarde tussen de 60 en 89. Er is sprake van eiwit in de urine. Door de geringe nierfunctiestoornis zijn er geen klachten. Verminderde nierfunctie wordt in dit stadium vaak opgemerkt bij routineonderzoek van een andere ziekte.

Het is van belang dat er jaarlijkse controle van de nierfunctie plaats vindt. Behandeling van de onderliggende ziekte, met name suikerziekte en hoge bloeddruk zijn belangrijk.

Stadium 3: De nierfunctie is matig verminderd. De GFR heeft een waarde tussen de 30 en 59. Vaak zijn er bijkomende klachten en verschijnselen. Voor de patiënt is het vaak een verrassing als de arts zegt dat de nieren niet goed werken. Ontdekking gebeurt ook hier vaak doordat de nierfunctie wordt gecontroleerd in het kader van algemeen onderzoek of onderzoek bij suikerziekte, hart en vaatziekte of hoge bloeddruk.

Als wordt vastgesteld dat er stadium 3 nierschade is, zal de arts dat verder onderzoeken. Er wordt gekeken naar bloeddruk en eiwit in de urine. Vaak wordt er een echo van de nieren gemaakt en wordt de hoeveelheid cholesterol in het bloed gemeten. Afhankelijk van de uitslagen zal de huisarts overwegen de patiënt te verwijzen naar de nefroloog. Dat is een internist die gespecialiseerd is in nierziekten en hoge bloeddruk behandeling. Of een patiënt doorverwezen wordt, hangt af van de ernst van de nierschade, de bloeddruk, de hoeveelheid eiwit in de urine, en nog een aantal andere zaken.

De behandeling zal met name gericht zijn op adviezen over leefstijl, zout inname, roken, overgewicht en gezonde voeding. Indien nodig in combinatie met medicijnen voor hoge bloeddruk, hoog cholesterol en vitamine D.

Stadium 4: De nierfunctie is ernstig verminderd. De GFR heeft een waarde tussen de 15 en 29.

Nog steeds ervaart een deel van de patiënten geen klachten. Vaak treden vermoeidheidsklachten of jeuk op. De vermoeidheid wordt vaak veroorzaakt door bloedarmoede. Een gevolg van het minder aanmaken van het hormoon erythropoietine (EPO). Dit kan worden verholpen door EPO injecties.

Er treedt stapeling op van afvalstoffen in het bloed zoals: Fosfaat (zit in eiwitrijke voeding) en kalium (zit veel in fruit) Het bloed wordt te zuur en er kan een tekort aan vitamine D ontstaan. Het is moeilijker de bloeddruk onder controle te houden, doordat de nieren het zout minder goed kunnen uitscheiden. Al deze veranderingen kunnen met dieet en medicatie gedeeltelijk of geheel behandeld worden.

Als de functie onder de 20 zakt, is de kans groot dat transplantatie of dialysebehandeling nodig is. Daarom wordt de voorlichting over transplantatie en de verschillende vormen van dialyse gestart: HD, PD, in het ziekenhuis of thuis.

Stadium 5: De nierfunctie is zeer ernstig verminderd. Dit wordt ook wel het eindstadium of permanente nierinsufficiëntie genoemd. In dit stadium is de GFR waarde lager dan 15. De meeste patiënten hebben last van vermoeidheid, verminderde eetlust, jeuk en andere klachten. Maar er zijn ook patiënten die in het geheel geen klachten hebben. Met medicamenten en een dieet wordt geprobeerd de effecten van de slechte nierwerking te corrigeren. Afhankelijk van de snelheid waarmee de nieren achteruitgaan, wordt het transplantatie- of dialyseproces gestart. Dit is meestal als de functie tussen de 10 en 15% is.

Waarom is herkenning van chronische nierschade belangrijk?

Doordat de eerste ziekteverschijnselen meestal pas ontstaan als de nierfunctie al zeer ver is verslechterd, kan het heel lang duren voordat chronische nierschade ontdekt wordt. Een eerste signaal is vaak eiwit in de urine of een hoge bloeddruk. Als er te weinig afvalstoffen worden afgevoerd, kan de patiënt last krijgen van misselijkheid en een verminderde eetlust.

Patiënten met nierschade hebben een grotere kans op hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten zoals pijn op de borst of hartinfarct, herseninfarct of TIA, regelmatig blaasontsteking of nierbekkenontsteking. Het is belangrijk dat uw nierfunctie regelmatig wordt gecontroleerd. Vraag uw huisarts of behandelend specialist om u te onderzoeken.

Overzicht nierziekten

Er zijn verschillende nierziekten die chronische nierinsufficiëntie kunnen veroorzaken. Door op de link te klikken, kunt u meer lezen over deze ziekte. Meestal is dit op de site van de Nierstichting. Alle links komen automatisch op de juiste informatiepagina’s terecht.

Heeft u vragen over uw nierfunctie?

Stel dan uw vraag aan één van onze artsen.
Hij zal u zo spoedig mogelijk antwoorden. Dit is geheel vrijblijvend en kosteloos.